Verantwoording HP/De Tijd

Hier leest u hoe de producties voor HP/De Tijd tot stand zijn gekomen.

De tweede stage van deze opleiding heb ik tussen september en december 2015 gelopen op de redactie van HP/De Tijd. Na het afronden van deze stage ben ik bij de webredactie van het blad blijven werken op freelancebasis. Dit portfolio bevat twee stukken, die ik voor de website heb geschreven. In dit stuk leg ik uit hoe deze stukken tot stand zijn gekomen en waarom ik ze gekozen heb.

Stuk 1 – Bloeddonatie
De website van HP/De Tijd is een podium voor de snelle en spitsvondige analyses. Ik schrijf één à twee keer per week voor de site, waar ik varieer in onderwerpen, genres en invalshoeken. Het is voor mij een fijne speeltuin om te schaven aan mijn schrijfstijl, zeker wanneer je ook een mening gefundeerd moet verpakken en verkondigen. Ik heb bij deze redactie de mogelijkheid om stilistisch soms een onderwerp aan te vliegen dat er niet goed uitkomt.

Zo schreef ik een tijd terug een stuk over de verhipstering van onze taal, waarin ik een verzameling maakte van hippe woorden die hier in Tilburg niet goed zouden vallen. Het was eigenlijk een saaie lijst woorden, die door een overdaad aan analyse amper leesbaar was. Ik heb in zulke gevallen gelukkig geen boze Kevin van Vliet, de webcoördinator, aan de lijn hangen. We gaan dan samen schaven en op zoek naar een goed eindresultaat.

Met Kevin bespreek ik iedere werkdag ’s ochtends de onderwerpen die ik wil gaan behandelen die dag. Eind augustus luidden de internationale bloedbanken de noodklok. Ze hadden meer donoren nodig om aan de vraag te kunnen voldoen. Omdat HP geen actieve nieuwsdienst heeft, moeten we vaak anticiperen op nieuws van collega’s. In dit geval kwam de NOS met dit nieuwtje. Toen ik het artikel las, wilde ik me als bloeddonor inschrijven. Alleen kreeg ik via de site van de nationale bloedbank Sanquin te horen dat ik niet voldoe aan de eisen, omdat ik een bloedtransfusie heb ondergaan als kind.

Dit riep voor mij een relevante journalistieke vraag op. Ieder jaar ontvangen in Nederland ongeveer 250.000 Nederlanders een transfusie. Alleen worden die mensen daardoor meteen ook uitgesloten van het doneren van bloed in de toekomst. Ik wist op het moment van het indienen van het onderwerp niet precies waarom dat was, maar dat kon Robert Heckert (CCO van Sanquin) me wel verduidelijken. Het bleek te gaan om het uitsluiten van risico op besmetting met de ziekte Creutzfeldt-Jakob Variant, een vorm van de bekende hersenziekte Creutzfeldt-Jakob.

Het stuk maakt duidelijk waarom Sanquin een grote groep mogelijke donoren uitsluit om risico te mijden. Het is voor mij als journalist in dit geval mooi om te zien dat het duidelijk is geworden voor mensen. In de reactie-omgeving onder dit stuk schreef iemand: “Ik wil liever geen bloeddonor worden en heb me daar eigenlijk altijd een beetje schuldig over gevoeld. Maar nu lees ik dat ontvangers van donorbloed niet gewenst zijn hoeft dat niet meer… :-)”

Dit stuk is na het interview met Heckert nog door deskundigen van Sanquin nagekeken, omdat je toch over een relatief onbekende ziekte spreekt (Creutzfeldt-Jakob Variant). Van dit soort interviews leer ik zelf ook bij. Dat is voor mij een groot pluspunt aan het werk als journalist. Je mag interessante mensen spreken over onderwerpen waar je van kan leren.

Daarom vind ik het jammer dat er bij HP door de snelheid niet altijd tijd is voor stukken als dit artikel. Dat is een logistiek probleem van de redactie, deels door het aantal mensen die schrijven voor de site. Wanneer het mogelijk is, probeer ik mensen van dit kaliber te spreken.

Stuk 2 – Pukkelpop
Het tweede stuk van HP/De Tijd is een voorbeeld van een snel opiniestuk waar de site op mikt. Ik mag mijn eigen mening er verwoorden, mits ik die goed kan onderbouwen. Deze keer was Pukkelpop het onderwerp. Het Belgische festival had een allerminst sympathieke maatregel getroffen. Festivalbezoekers zouden dit jaar voor een ‘pintje’ – een icoon op iedere festivalweide – drie euro moeten lappen. Daarnaast was de prijs voor een kaartje weer hoger. Voor een dagkaart moest je dit jaar zonder transactiekosten 99 euro betalen.

Oké, dat zou je in feite kunnen rechtvaardigen met de boodschap dat er grotere acts komen. Echter, Chokri Mahassine – de grote baas van het festival – had zich net miljoenen aan dividend laten uitbetalen van zijn bedrijf dat ‘toevallig’ ook voor Pukkelpop werkt. En dat terwijl hij in 2011 na de Pukkelpopramp de gedupeerde en aangeslagen festivalgangers ‘lekker’ te maken met een goedmaker. De Pukkelpoppers konden hun toegangsbewijs van dat jaar terugkrijgen in consumptiebonnen voor de drie volgende edities. Om hun geld terug te krijgen, moesten ze eerste honderden euro’s extra neerleggen.

Ze zijn mijn liefde nu definitief kwijt. Dat moest ik even van mijn lever.

Kerncompetenties
Diversiteit