Kernkwaliteiten

Aan het begin van mijn journalistieke carrière (augustus 2012) kon ik net drie kerncomponenten opnoemen. Ik dacht dat een journalist nieuwsgierig moest zijn, heel sociaal was en goed kon schrijven. Vier jaar later weet ik dat er meer van een professionele journalist gevraagd wordt.

Mijn interesse in de journalistiek is ontstaan na een gek avontuur in 2003. De voetbalclub van mijn kindertijd – oké, het is nog steeds mijn favoriet – Ajax reist in dat jaar heel Europa af en denkt tijdens de kwartfinale van de Champions League zelfs het ongenaakbaar geachte AC Milan uit te schakelen. Dat jaar reizen de voetbaljournalisten van de NOS de Amsterdamse club overal achterna om verslag te doen vanuit de mooiste voetbalstadions van Europa: Highbury, Mestalla en San Siro. Ik wil dat als jonge knaap ook!

Wanneer ik dertien jaar later terugkijk op deze droom moet ik om mezelf lachen. Ik zag natuurlijk alleen het moment of fame voor de camera; het piekmoment waarop alles perfect moet zijn. Het klopt – Jack van Gelder presenteert nog steeds of het hem niks kost. Al is zijn werk niet zo eenvoudig. Zijn collega en medetopper in de voetbaljournalistiek Johan Derksen laat er niet voor niets een spartaans werkregime op na, wat inhoudt dat hij iedere ochtend om 5u00 opstaat zoals in het boek Gijp van Michel van Egmond te lezen was. Dat doet hij om simpelweg een voorsprong op concurrenten te creëren. Het is zijn lifestyle geworden.

Ik sta niet structureel om 5u00 op, maar ik durf mezelf wel al een paar jaar journalist te noemen. Niet alleen door de opgedane bagage van de afgelopen vier jaar, maar vooral omdat ik me een journalist voel. Clichématig zeg je dan dat het een way of life is, maar het mooie aan clichés is dat ze grotendeels kloppen. Het zijn van een journalist is mijn identiteit geworden en ik zou niet anders willen. Ik ben een nieuwsjunk en wil alles weten.

Op dit moment wil ik niet meer de voetbaljournalist worden, die in 2003 mijn interesse voor de journalistiek aanwakkerde. Er is zoveel meer in de wereld dan wachten op quotes van voetballers die monddood gemaakt zijn door eindeloze mediatraining. Met deze producties en reflectieonderdelen wil ik bewijzen en laten zien welke journalist ik wil zijn. Als je mij nu namelijk zou vragen wat ik zou willen, zou ik antwoorden dat ik dat ik het liefst correspondent in een Engelstalig land ben. Een correspondent is iemand die zo onderlegd is dat hij over zoveel mogelijk onderwerpen kan schrijven. Daarom heb ik dit portfolio samengesteld met die gedachte en de volgende kerncompetenties in mijn achterhoofd.

Zelfstandigheid
In mijn portfolio staan onderwerpen die vaak qua onderwerpkeuze dag en nacht van elkaar verschillen, maar ze typeren mij wel als journalist. Ik bedenk al mijn onderwerpen zelf en heb zelf alle stappen – vaak op organisatorisch gebied – die nodig waren om tot een journalistiek eindproduct te komen geheel zelfstandig doorlopen. Ik ben na het afsluiten van mijn stage bij HP/De Tijd begin december in mijn eentje mijn goede vriend en studiegenoot Thom Schelstraete achterna gereisd tijdens zijn stage bij RTL New York. Ik had geen zin in een simpele vakantie in deze afstudeermaand  en gaf ik mezelf de opdracht om minimaal één verhaal te maken in de Big Apple.

Om mijn voetbalachtergrond te pleasen, kwam ik op het idee om een verhaal te maken rond de professionele voetbalclub New York Cosmos, een van de bekendste namen op Amerikaans voetbalgebied. Het gouden team van de jaren zeventig van de Cosmos herbergde Nederlandse sterren als Johan Neeskens, Wim Rijsbergen en ook Johan Cruijff droeg – eenmalig – het beroemde wit-groene tricot van de ploeg. Omdat er in Nederland niet veel over de nieuwe incarnatie van de Cosmos bekend is, vond ik het leuk om een portret van de club te maken. Het was ook een test om te kijken hoe het zou zijn om voor het eerst helemaal alleen in het buitenland een productie te maken (dan tel ik de buitenlandreis uit het tweede jaar niet mee). Ik heb zelf de interviews geregeld en gehouden met de algemeen directeur Erik Stover en de coach Giovanni Savarese, maar ook tijdens een rondleiding in het stadion foto’s gemaakt. Het was hard werken en veel reizen – het stadion van de Cosmos ligt anderhalf uur reizen van Manhattan –, maar het gaf me wel een kick en de drive om dit veel vaker te doen.

Daarnaast werk ik inmiddels al drie jaar als freelancer voor Stop&Stare, 3voor12Tilburg, PZC, HP/De Tijd en sinds kort voor Dispatches Europe. Ik bedenk daar mijn onderwerpen altijd zelf en werk ze allemaal zelf uit.

Diepgang en complexiteit
Ik zou mezelf in mijn vingers snijden door eerst te zeggen dat ik voetbaljournalistiek, door de slappe quotes, niet diepgaand vindt om vervolgens een voetbalstuk in te leveren. Het wachten op die quotes in de Mixed Zone is slechts één aspect van het werk als voetbaljournalist. Er zijn op dit moment talloze voorbeelden van diepgravende en complexe voetbaljournalistiek. Neem bijvoorbeeld de FIFA- en matchfixingartikelen van Volkskrantjournalisten Mark Miserus en Willem Feenstra of de portretstukken van magazines als Hard Gras, Santos en De Staantribune. Als ik over voetbal schrijf, wil ik er een extra laag of interessante invalshoek aan toevoegen. In dit geval is dat het gehuurde stadion dat de club eigenlijk tot last is.

Ik probeer in ieder stuk een diepere laag te stoppen. Daarom vind ik het echt ongelofelijk pittig om een krantenstukje van amper 180 woorden te maken. Je kiest daar natuurlijk één bepaalde invalshoek en vertellijn, maar ik wil altijd meer dan de ruimte toelaat op zo’n moment. In dit geval was het stuk over de Belgenmigratie een goede oefening. Ik had hier vooraf een bouwplan gemaakt met een duidelijke afbakening. Ik wist nu heel duidelijk wat ik wilde hebben en welke documenten ik wilde verzamelen om dit stuk op te bouwen om tot een diepgaand stuk te komen. Het was de eerste keer dat ik zoveel Excelbestanden heb gemaakt voor één artikel. Ik denk dat ik door die gestructureerde werkwijze een diep en complex stuk heb weten te maken.

Diversiteit
Diversiteit is de belangrijkste eigenschap van een buitenlandcorrespondent. Neem Patrick van IJzendoorn, de Verenigd Koninkrijk-correspondent van De Volkskrant. Hij schrijft de ene dag over een rel in de Labourpartij, de tweede dag over een gerechtelijke uitspraak over het Hillsboroughdrama en de derde dag maakt hij een portret van Jamie Vardy van voetbalclub Leicester City. Hij moet over allerhande onderwerpen op een goed niveau kunnen schrijven. Ik probeer dat ook. Je kunt mij neerzetten op een plaatselijke braderie, maar ik kan net zo goed schrijven over de SuperPACS en supergedelegeerden in de Amerikaanse verkiezingsrace. Diversiteit is een van mijn kwaliteiten als journalist.

Ik ben geen pure specialist in één onderwerp, maar heb wel een netwerk voor van alles en nog wat. Ik heb mijn portfolio in willen kleden dat de lezer zich niet alleen over politiek of sport hoeft te buigen. Mijn portfolio bevat naast de hierboven al besproken verhalen ook een exclusief interview voor 3voor12Tilburg met Paaspopdirecteuren Peter Sanders en Chris Seijkens over hun festival, een Engelstalige analyse van het partijprogramma van Geert Wilders voor Dispatches Europe en twee stukken voor HP/De Tijd over het Belgische festival Pukkelpop en bloeddonaties. Naast een breed scala aan onderwerpen zit er ook een diversiteit aan journalistieke vormen in. Ik kan in verschillende mediavormen denken, daar onderwerpen voor bedenken, meerdere doelgroepen aanspreken en mijn verhalen op verschillende manieren inkleden.

Creativiteit en Originaliteit
De competenties Creativiteit en Originaliteit vind ik echt passen bij mijn werk en ontwikkeling tot de journalist die ik wil zijn. Ik wil niet simpel een plat tekstje in de krant schrijven, al zou ik het wel kunnen. Ik wil meer en denk dat ik met de indeling van mijn Cosmosstuk en de invalshoek van het Belgenmigratiestuk aan heb tonen achter nieuwe invalshoeken aan te gaan.

Daarnaast heb ik met twee medestudenten een bedrijfje dat zich specialiseert in Virtual Reality. Samen met Florian Aalders en Thijs Stevens zijn we Bureau360, waarbij we ons richten op interactieve 360-afbeeldingen. We zitten eraan te denken om Bart Brouwers blij maken met een deelname aan The Challenge. Tijdens de finale van het afgelopen jaar zei hij namelijk hoop te houden op VR-deelnemers de komende editie. Hij kent ons gelukkig al, want voor zijn platform E52 hebben we onze eerste interactieve 360-foto gepubliceerd.

Er zit zoveel potentieel in deze onontgonnen manier van storytelling. De wijze waarop journalisten hun verhalen aan de man gaan brengen, is aan het veranderen en zal door VR en Augmented Reality blijvend anders worden. Ik ben niet bang om te proberen, al kan de eerste poging voor E52 beter. De 360-gradenjournalistiek is in alle gevallen een journalistieke tak die in de kinderschoenen staat en ik wil zeker de ontwikkeling ervan meemaken. Het is namelijk iets anders en iets leuk, waar oude rotten misschien voor terugdeinzen. Ik wil van harte vechten en laten zien dat vooroplopen inspirerend en motiverend is.

Reflecterend vermogen
In mijn onderdeel Reflectie heb ik aangetoond over reflecterend vermogen te beschikken op het gebied van buitenlandcorrespondenten en vak journalist in het algemeen. Buiten de resultaten die in het onderzoek staan, heb ik bijvoorbeeld met NOS-correspondent Sander van Hoorn een uitgebreid gesprek gehad over journalistieke objectiviteit en de rol van de journalist hierin. Je kunt je afvragen of hij activistisch te werk mag gaan. Zeker in een brandhaard als het Midden-Oosten is het heel interessant om publicaties van journalisten tegen het licht te houden. Hoeveel hoor- en wederhoor is er toegepast en kan een correspondent zijn keuzes voldoende onderbouwen? Laurens Samsom, een andere geïnterviewde correspondent voor mijn reflectie, houdt bijvoorbeeld een Word-document bij tijdens zijn producties. Daarin zet hij al het bronmateriaal dat hij voor zijn producties gebruikt in. Hiermee kan hij desgevraagd zijn informatie transparant delen met belangstellenden.

In het eerste jaar van de opleiding was ik er heilig van overtuigd dat een journalist altijd objectief was. Een goede journalist liet toch alle kanten van een conflict of zaak zien en paste immers hoor en wederhoor toe? Drie jaar later zie ik dat heel anders, ben ik bewust van mijn eigen subjectiviteit en zal ik altijd streven om mijn lezer alle kanten van een verhaal te bieden. Is complete subjectiviteit mogelijk?

Nee, dat denk ik niet. Ook niet als buitenlandcorrespondent. Ik ga dan meer voor een vorm van intersubjectiviteit, omdat ik geloof – en onderzoekers met mij – dat je altijd een deel van je eigen achtergrond een verhaal inneemt. Daarnaast neem je als redactie vaak een standpunt rond objectiviteit in dat kan verschuiven, om te zorgen dat zodat het begrip objectiviteit altijd past bij de gang van zaken op een redactie of in het werkveld. Neem de objectieve gedachte van tien jaar geleden dat de journalist het nog voor het zeggen had. Anno 2016 – waarin ik als jonge, ambitieuze journalist potten wil brengen en ben opgegroeid in een wereld waarin de lezer meer macht kreeg – vind ik het normaal dat je schrijft voor een lezer en dat die ook inspraak mag hebben op jouw handelen en wij, de journalisten, niet meer leidend zijn in de nieuwsstroom. We zijn afhankelijk van onze lezers en moeten daarom ook naar hun luisteren.

Sander van Hoorn vertelde me dat je met alleen al je woordkeuze zoveel van je objectiviteit verliest en je intersubjectiviteit naar voren laat komen. Neem de keuze of je het regeringsleger van Bashar Al-Assad in Syrië aanduidt als dat van de regering of het regime. Dat laatste betekent in feite hetzelfde, maar draagt een negatievere connotatie met zich mee. Ik probeer in dit soort cases dichtbij mezelf te blijven en probeer me niet te schamen als ik iets te opiniërend ben in enkele gevallen, als ik dat maar op een transparante manier kan verantwoorden. Ik zal wel altijd de waarheid vertellen en die nimmer verdraaien.

Daarvoor is mijn rol als informatiedrager en duider voor de samenleving te groot. Ik zou dan de verantwoordelijkheid die ik krijg besmeuren: een catastrofale fout voor je carrière.  Want ook al verandert de rol van de journalist en zijn we niet meer de enige opiniemaker en informatiedrager, het zijn van een journalist is nog steeds een van de meest belangrijke jobs van de wereld. Je mag in veel gevallen meekijken en de machthebbers op hun vingers tikken wanneer nodig, maar bovenal inspirerende mensen ontmoeten en de wereld zoals die is beter leren begrijpen. Het eerste onderdeel zit er bijna op. Laten we snel verder gaan met de wereld begrijpelijker maken!